Jungiaanse therapie

Het referentiekader van de Jungiaans analytische therapie heeft zijn oorsprong in de filosofische en analytisch psychologische ideeën van de Zwitserse psychiater Prof. Dr. C.G. Jung. Jung was een van de grondleggers van de psychoanalyse. Na zijn breuk met Freud ontwikkelde Jung zijn eigen theoretisch systeem, welke hij de analytische psychologie noemde. Veel door Jung geïntroduceerde begrippen zoals collectief onbewuste, introvert-extravert, anima-animus en archetypen zijn gemeengoed geworden. Jung zag psychotherapie niet als een eenvoudige kortdurende methode maar als een intensieve interactie tussen twee mensen die elkaar sterk beïnvloeden en waarbij bewuste en onbewuste processen een rol spelen en in een dialoog onderzocht dienen te worden. In dit proces is het doel de individuele ontwikkeling van de mens. Het therapeutisch werk is gebaseerd op het principe dat wanneer de symbolische fragmenten die door het onbewuste worden aangeboden (in bijvoorbeeld dromen, fantasieën, lichamelijke klachten) in het bewuste leven worden geïntegreerd. Hierdoor wordt een vorm van psychisch functioneren mogelijk die niet alleen gezonder is maar ook meer energie geeft, omdat deze beter overeenstemt met de eigen persoonlijkheid van het individu. Een belangrijk uitgangspunt van de analytische psychologie is dan ook dat ieder mens ernaar streeft die persoon te worden die hij werkelijk is en datgene te doen wat hij werkelijk wil. Als iemand zich in dit proces geremd voelt kunnen psychische problemen ontstaan welke een negatieve invloed kunnen hebben op iemands gezondheid.

Analytische therapie

De analytische therapie werkt met inzichten uit de psychoanalyse en de analytische psychologie van Jung. Het gaat om een psychodynamische therapievorm waarin de analyse van onbewuste processen centraal staat. Een belangrijk uitgangspunt van de analytische psychologie is dat ieder mens ernaar streeft die persoon te worden die hij werkelijk is en dat te doen wat hij werkelijk wil. Niet alleen verdrongen ervaringen worden behandeld door middel van trauma-analyse, maar ook het waartoe van ervaringen en klachten komen aan bod door te werken met archetypische symboliek.

Wat doet een analytisch therapeut?

De analytisch therapeut maakt gebruik van verschillende psychotherapeutische technieken uit uiteenlopende scholen. Door analyse van datgene wat zich aandient uit het onbewuste worden verschillende ervaringen geïntegreerd in het heden van een persoon. Er komt zicht op vragen en conflicten die achter concrete klachten liggen. Op bepaalde momenten in de therapie maakt de analytisch therapeut gebruik van cognitieve en of gedragsmatige technieken, op andere momenten juist meer van inzichtgevende technieken. Er wordt gewerkt met gesprekstherapie, droomanalyse, creatieve uitingsvormen (tekeningen, dramatherapie etc.) en hypnose.

Voor wie?

Deze therapievorm is geschikt voor de behandeling van allerlei vormen van psychopathologie zoals deze zijn beschreven in de DSM-IV. Niet alleen cliënten met bijvoorbeeld angst- en dwang-, stemmings-, eet- of dissociatieve stoornissen maar ook cliënten met persoonlijkheidsstoornissen komen in aanmerking voor analytische therapie. De enige echte contra indicatie is acute psychotische stoornissen en/of ernstige verslavingsproblematiek.

Hoe lang?

Jung benadrukte dat therapie moet worden bedacht, uitgevoerd en geëvalueerd op een manier die het beste past bij het individu zelf. De duur van een therapie wordt dan ook in overleg met de cliënt bepaald en varieert van een paar gesprekken tot enkele jaren. De frequentie is meestal een keer per week. 

Terug naar overzicht

Neem contact op
voor meer informatie

Klik hier
Website laten maken door Modual.